De diagnose

  • Algemeen
  • Erfelijkheid
  • Testen en criteria
  • Praktijkervaringen
  • KISS/KIDD
  • Chromosomenonderzoek: syndroom van Klinefelter
  • Het kan ook wat anders zijn dan dyspraxie - het verhaal van Vincent 

  • Algemeen

    Wanneer weet je zeker dat je zelf of je kind dyspraxie heeft. Het stellen van de diagnose is niet eenvoudig. Welke weg moet je bewandelen.

    Onze eigen ervaring is dat in een revalidatiecentrum door verschillende deskundigen meerdere malen observaties zijn uitgevoerd (ergotherapeut, fysiotherapeut, logopedist, orthopedagoog, maatschappelijk werker, revalidatie-arts) om te komen tot een diagnose, behandelplan en adviezen hoe met de handicap kan worden omgegaan.

    Bij mijn zoon van 7 werd de diagnose dyspraxie gedaan op het revalidatiecentrum, toen hij 5 jaar was. Wij kwamen daar bij een kinderfysiotherapeut en een ergotherapeut. Mijn zoon werd ook gezien door een revalidatie-arts en een orthopedagoog. Bovendien werd hij buiten het centrum behandeld door een logopediste die ook al aan dyspraxie had gedacht. De eerste die dyspraxie vermoedde was de fysiotherapeut. Hij vroeg me of ik het goed vond enige testen te doen die dyspraxie konden uitsluiten of aanduiden. Vervolgens ging het balletje rollen. Zier zat al op speciaal basisonderwijs, en volgt nu op school een speciaal logopedie-dyspraxie-programma. Hij heeft het zeer naar zijn zin op school. hij vindt het jammer dat hij nu enkele maanden geen fysio en ergo heeft. Hij had veel vooruitgang geboekt en hij mocht nu voorlopig stoppen om sleur te voorkomen."

    Op de site http://www.azg.nl/azg/nl/ouders/ziekte_onderzoek_behandeling
    is de gang van zaken beschreven die in het Academisch Ziekenhuis in Groningen (AZG) wordt gevolgd. Bij het revalidatiecentrum Beatrixoord, onderdeel van het AZG, wordt de diagnose gesteld door een team bestaande uit ene psycholoog, kinderfysiotherapeur, etrgothearpeut en zonodig een logopedist. Wat zij doen en een korte toelichting op de behandelmogelijkheden is beschreven in een brochure van het Beatrixoord, die is aan te vragen op de site van het Beatrixoord, kies vervolgens 'Developmental Coordination Disorder (DCD)' uit de lijst.
    Van verschillende ouders horen wij dat de diagnose in een revalidatie-instelling is gesteld.
    Een ander geeft aan dat de kinder-fysiotherapeut alle signalen op een rij heeft gezet en tot de diagnose dyspraxie is gekomen.

    Er zijn vele wegen die naar Rome leiden. Via een opvoedkundige is een ouder bij een Sociologisch Pedagogische Dienst (SPD) terecht gekomen. Via intensieve begeleiding op een speciale school is inmiddels twee jaar ontwikkelingsachterstand ingelopen! Op de school zijn verdere testen uitgevoerd en is de diagnose gesteld.

    "Dyspraxie is klinisch niet vast te stellen; veel kinderartsen weten amper van het bestaan af. Zij herkennen dit dus niet; uit onze ervaring is gebleken dat men voor de criteria van een rugzak graag een klinische diagnose wil hebben en die is er niet. Wij hebben onze zoon van (inmiddels) 8 jaar door allerlei specialisten laten onderzoeken, en lichamelijk is hij kerngezond. Zijn motoriek is zeer slecht (percentiel 2 in ABC-movement test). Ik zou alle ouders die dyspraxie vermoeden bij hun kind willen adviseren om een schoolarts verbonden aan een mytylschool of een kinderfysiotherapeut te laten testen; deze mensen mogen namelijk de officiële diagnose afgeven. Als je deze eenmaal in de hand hebt, dan kom je al veel verder."

    Vanuit België ontvingen wij een melding dat daar de diagnose door een centrum voor ontwikkelingsstoornissen is gesteld.


    Erfelijk?

    Veel mensen herken de symptomen van dysprakie of aanverwante aandoeningen ook in hun familie. De vraag komt dan ook regelmatig naar voren of er sprake is van erfelijkheid. Over dysprxie hebben wij niets kunnen vinden. Over bijvoorbeeld ADHD is wel informatie te vinden. Kijk op de site www.erfelijkheid.nl. Zie ook de pagina met verwante aandoeningen.


    Testen en criteria voor het stellen van de diagnose 'Dyspraxie'

    Dyspraxie is een handicap met veel verschijningsvormen. Het stellen van de diagnose vraagt om een uitgebreed onderzoek. Er worden hierbij meerdere testen gebruikt. Hieronder zijn er een paar genoemd, met een korte beschrijving waarvoor ze gebruikt worden. Aanvullingen zijn welkom. Motoriek

  • Movement-ABC test
  • Dit is een gestandaardiseerde motorische test voor Nederlandse kinderen. Met behulp van deze test kan een uitspraak gedaan worden over een achterstand in de motorische ontwikkeling. De test kan afgenomen worden bij kinderen van 4 tot 12 jaar.
    De test is opgebouwd uit 3 onderdelen: handvaardigheid, balvaardigheid, statische en dynamische evenwicht. Gezien de leeftijd van het kind worden bepaalde opdrachten uitgevoerd. Bron http://www.vanzuilichempartners.nl

    Fijne motoriek

    Intelligentie
  • WISC
  • De Wechsler Intelligens Scale for Children. Een veelgebruikte intelligentietest waarbij onderscheid wordt gemaakt in de verbale en performale intelligentie.
    Er is op dit moment discussie gaande over deze test.
    Zie http://www.testresearch.nl/ en http://www.socsci.kun.nl/psy/cbo/tests.htm

    Criteria
  • DSM-IV
  • De DSM, een classificatie voor psychische stoornissen, is ontwikkeld onder verantwoordelijkheid van de American Psychiatric Association. In juni 1994 verscheen de vierde editie (DSM-IV), in 2001 verscheen een tekstrevisie (DSM-IV-TR). De DSM is ontwikkeld voor gebruik bij met name onderzoek. Door internationaal dezelfde criteria af te spreken voor psychiatrische aandoeningen wordt onderzoek en communicatie duidelijker en betrouwbaarder.
    De DSM is dus een classificatiesysteem, een soort internationaal etiketsysteem.
    Bron http://www.hulpgids.nl
    Zie ook http://www.timedoc.net/timing/dcd.htm Engelstalige website met diagnostische criteria uit DSM-IV.

    Ervaringen uit de praktijk van een ergotherapeur/neuropsycholoog

    Van Karen Dun (www.karendun.tiscaliweb.nl) kregen wij de volgende reactie:
    "Dyspraxie komt ook erg veel voor bij kinderen met NLD, ADD, ADHD.. Angst, waaronder faalangst kan ook een rol spelen, waardoor weerstand ontstaat om de handeling die je toch (denkt) niet te kunnen omhoog gaat. Dit kan zich al op jonge leeftijd uiten.
    Het probleem zit vaak in de link tussen idee - organizatie van de idee - uitvoering van de idee. Hierdoor kom je tot een handeling. Op elk van deze drie punten kan het misgaan waardoor de vertraging en/of onhandigheid ontstaat. Door goed uit te zoeken door observatie en diagnostiek, naar sterke kanten en zwakke kanten, kun je zeer individueel gericht behandelen. Ik gebruik hiervoor vaak observaties en de 'Sensory INtegration and Praxis Test' of andere testen zoals de 'Kaufmann Assessment Battry for Children" (vertaald in het Nederlands als de GOS). De behandeling richt zich op het verbinden van sterke en zwakke systemen, waarbij het sensorische informatieverwerking systeem, tast en bewegingszin, evenwicht, houdingsonzekerheid, visueel, auditief, geur en smaaknaast het cognitieve informateiverwerkingsysteem en het motorische systeem, ook een grote rol speelt. Dit is mede bepalend om samen met het kind de motivatie te zoeken en vinden."


    KISS/KIDD

    Klachten die horen bij het dyspraxiebeeld kunnen worden veroorzaakt door een trauma van de bovenste nekwervels dat is opgelopen tijdens de geboorte (door o.a. tang- of vacuümverlossing, té snelle bevalling e.d.).
    Bij kinderen met het zogenaamde KISS-syndroom (Kopgewrichten Invloed bij Symmetrie Storingen) of KIDD-syndroom.(Kopgewrichten Invloed bij Dyspraxie en Dysgnosie) worden de problemen veroorzaakt door de stand van de bovenste nekwervels.
    Tijdens de babyjaren gaat veel informatie omtrent de stand van het hoofd en het evenwicht via deze werveltjes naar het centrale zenuwstelsel. Bij KISS/KIDD-kinderen is de informatieoverdracht niet correct. Hierdoor reageert het centrale zenuwstelsel niet adequaat op deze prikkels en kunnen verschijnselen optreden die passen bij het dyspraxiebeeld. Ook kunnen deze kinderen last hebben van stoornissen van het onwillekeurige zenuwstelsel: obstipatieklachten, andere maag-/darmproblemen (veel buikkrampen), overmatig transpireren enz. Het KISS-syndroom kan worden behandeld door een manueel therapeut. Het corrigeren van de stand van de bovenste nekwervels kan binnen korte tijd goed merkbaar zijn!
    Aanvulling van een manueel therapeut

    Als Kissproblematiek gepaard gaat met funktiestoornissen in de hoge halswervelkolom in de vroege kinderjaren kunen onbehandelde en/of niet onderkende funktiestoornissen op latere leeftijd leiden tot Kiddproblematiek, waaronder dyspraxie.
    Volgens H. Biedermann, arts, die reeds met vele kinderen heeft gewerkt is er slechts in de jonge jaren sprake van de mogelijkheid funktiestoornissen daadwerkelijk op te lossen met manueletherapie waarna de neurologische ontwikkeling van het kind ongestoord kan voortgaan. Manuele therapie is voorwaarde scheppend.
    Onbehandelde stoornissen geven het lichaam de mogelijkheid te compenseren en de verstoorde neurologische ontwikkeling zal mede van invloed zijn op het ontwikkelen van de Kiddproblematiek.
    Samenwerking van een manueeltherapeut met een kinderfysiotherapeut, zoals beide beroepsgroepen NVKF en NVMT zijn overeengekomen, is ideaal om tezamen een optimale ontwikkeling van een jonge baby met Kissverschijnselen te begeleiden juist om Kiddproblemen te voorkomen. Als functiestoornissen bij dyspractische kinderen (nog) aanwezig zijn, is vanzelfsprekend ook voor hen manueeltherapeutisch onderzoek en zonodig behandeling geindiceerd. Te denken valt aan de aanwezigheid van kenmerken zoals struikelen, houterig bewegen, weinig plezier beleven aan bewegen en /of pijnklachten in de onderrug of de heup(en). Opheffen van aanwezige functiestoornissen is ook bij deze jonge (school)kinderen van grote waarde. Middels een aanvraag voor een consult, verzorgd door huisarts of medisch specialist, kan elke manueeltherapeut een onderzoek uitvoeren om eventuele functieproblemen te herkennen.Behandeling kan vervolgens in overleg plaatsvinden."

    Meer informatie, met onder andere wen adressenlijst van manueeltherapeuten, kunt u vinden op de site http://www.kiss-kinderen.nl/


    Syndroom van Klinefelter

    Na de diagnose "verbale ontwikkelingsdyspraxie" bleef een ouder twijfels houden. Deze diagnose was gesteld door de logopediste en later door een orthopedagoog van de schoolbegeleidingsdienst.
    Na vele jaren tevergeefs op allerlei deuren geklopt wees een chromosomenonderzoek in het Sophia te Rotterdam uit dat het kind leed aan het syndroom van Klinefelter.
    Enkele symptomen op jonge leeftijd zijn:

    In en na de pubertijd komen er andere facetten bij doordat er een verstoorde ontwikkeling is van hun testosteronproduktie, wat veroorzaakt wordt door het kenmerk van dit syndroom, een extra x in het geslachtschromosoom, ipv XY (man) hebben hun cellen waarbij het geslachtschromosoom XXY aangetroffen wordt.

    Het syndroom komt bij 1 op de 750 mannen (nooit vrouwen) voor maar wordt relatief weinig gevonden omdat er heel vaak voor de pubertijd geen aanleding is voor een chromosomen onderzoek.
    Veelal denken diegene die ervoor geleerd hebben dat een syndroom gepaard gaat met een verstandelijke handicap. Dat is bij dit syndroom dus absoluut niet aan de orde.
    Lees meer op www.klinefelter.nl

    Wat anders dan dyspraxie

    " Ik wil graag reageren op het stukje waar een ouder grote problemen heeft met haar zoon. Hij heeft last van ernstige dyspractie. Ik ben zelf moeder van een zoon van bijna 10 jaar. Ook hij heeft ernstige problemen gehad op motorisch- en op leergebied. Inmiddels is onze zoon genezen van zijn problemen!!! De dyspraxie was bij hem  een symptoon van heel iets anders. Hij had geen goed visueel zichtveld, waardoor ze grote problemen kunnen krijgen met de motoriek en met het leren. Ik heb een artikel over mijn zoon geschreven en hoop dat deze binnenkort in een blad gepubliceerd gaat worden.

    Lees het verhaal van Vincent
    download het MS-Word bestand: Het verhaal van Vincent.doc
    download het PDF bestand:Het verhaal van Vincent.pdf


    download adobe reader